Logo nieuwedinkellander.nl


Column Eddy Oude Voshaar: Lonneker Laand

  Column

In 1982 heb ik bijna een jaar gewerkt op een schilderachtig gelegen boerderij in de glooiende omgeving van Lonneker. Het was een melkveehouderij met 120 koeien en tientallen kalfjes.

Tijdens de eerste kennismaking maakte de boer op mij een overspannen indruk. De boerin met haar onafscheidelijke rode boerenzakdoek om had daarentegen op mij een kalme en rustige invloed. "Alles wat hier stet, is veur negentig procent van de Rabobank", sprak de boer tegen mij.

Op mijn eerste werkdag moest ik het landbouwplastic waaronder persvoer had gezeten, opruimen. Terwijl ik het meterslange zwarte plastic opvouwde sprongen er plotseling enkele ratten langs mij heen. Een was schijnbaar in verwachting want haar buik was opgezwollen en hing op de grond.

Rond tienen was het koffiepauze en dronken hete Daalderopkoffie. Nu nog proef ik het kostelijke aroma van toen weer in mijn mond.

De boerin was overbezorgd, want het ging financieel gezien allemaal net niet. Ze vond haar troost bij de liefelijke kalfjes. Al haar liefde gaf ze aan deze zwart-witte kindjes van haar. Naast de verzorging van de kalfjes was ze elke dag te vinden in de grote prachtige moestuin, omgeven met oude fruitbomen.

Elke keer als Klaas vloekte, dan maakte de boerin een kruisje en prevelde zachtjes 'God vergef 'm, hee meent het nig zoo'.

Op een morgen tijdens het koffiedrinken kwam er een brief van de bank. Klaas trok helemaal bleek weg, wanhoop nam bezit van hem. "Verdomme, die klootzakk'n van die rotbank.'' En vervolgens schreeuwde hij tegen zijn vrouw: ''Haal den keerl van de muur, die hef oons altied in de stek loat'n." Hij doelde op het grote houten kruisbeeld met Jezus, dat aan de muur van de keuken hing. "Van de muur met die keerl, wie werkt oons hier kapot."

Tijdens het melken dreef ik de koeien naar de melkstal en na enkele weken liep ik tussen de tientallen koeien zonder een greintje gevaar te zien.

Het mooiste moment dat ik daar beleefd heb in het Lonneker boerenland was toen de koeien in het voorjaar voor het eerst in de frisgroene sappige wei mochten. Ze waren helemaal door het dolle heen, zo blij! Ze sprongen met hun achterpoten de lucht in. Ze loeiden en bruisten van opgewondenheid. De boerin liet haar tranen de vrije loop en haar hand zocht die van Klaas, die voor zich uit zat te staren, maar ook ontdaan was van dit gelukzalige moment.

Elke zondagavond gingen de boer en zijn vrouw na het melken wandelen. Hand in hand rondom hun erf en land en bovenop een heuvel bleven ze dan even staan en genoten van het weidse uitzicht op hun erf en het kerktorentje van Lonneker.

De boer en de boerin zijn nog een keer tijdens de geboorte van Martijn bij ons geweest. Hij zei: "Geld he'w nig mer, ik heb oe een zak nie'e tuffel met nom'n van oons laand, wat noe ok 'n bettie van oe is.''

reageer als eerste
Meer berichten