Logo nieuwedinkellander.nl


Column Eddy Oude Voshaar: Verpleeghuus (oos Jaantje)

  Column

Onlangs was ik op visite bij mijn tante van 86 jaar die in de Maartenstede een kamer had en graag mensen om haar heen heeft. Ze zat in de ontmoetingsruimte, waar gezelligheid en veel, veel warmte heerste.

Ik zag haar zitten aan de grote lange tafel zittend in haar rolstoel. Ze was met een aantal andere hoogbejaarden aan het kaarten.

Vroeger kwam ze elke woensdagmiddag helemaal wandelend vanaf de Hogeweg, samen met Triksie haar jack Russel, bij ons koffie drinken. Ze had een prachtige eigenaardige tongval. Na elk zin zei ze: ''Joa dat zal wa, dat zal, joa dat zal wa. Maar ik bin de nie bie west'.''

Tante Sien die in haar leven zoveul kaarsen heeft opgestoken voor alle familie leden die ze heeft overleefd...

Naast haar zat een bejaarde heer die niet aan het kaarten deelnam en een eind voor zich uit te staren.

Tante Sien had het er erg naar haar zin hier in het huis. Er zaten nog enkele ouderen die ze nog vaag herkende uit haar kindertijd. "Het zien was de laatste jaren, ondanks de vele opticiens in Losser, achteruit gegaan. "Ie bint toch Eddy?" vroeg ze aan mij, ''Eddy van oos Jaantje? Joe? Ma doar koj altied zo met lachen. Wat hebt wie altied lacht met joe ma Eddy. Ie bint toch Eddy toch? De oaldste van de drie jongs van oos Jaantje of was ie de jongste? Wat maakt dat ook uut of ie de jongste of de oaldste bint.''

Ze dommelde weg en ik hoor haar nog fluisterend zeggen: ''oos Jaantje''.

Er kwam een verpleegster naar onze tafel lopen die zachtjes schuddend aan de heer naast ons vroeg: "Meneer Siemerink, heeft u uw ontlasting al gehad?''
''Joa maar ik zol nig meer weet'n van wie.''

reageer als eerste
Meer berichten