Foto: Foto:

Column: Lopen door de regen

Terwijl er vanmorgen in Gronau een advocaat wordt neergeschoten, vijf toeristen ergens in Jordanië zijn neergestoken, Trump nog meer nepnieuws verspreidt, Rutte een varkensboer bezoekt en de scholen wegens een staking gesloten zijn, loop ik hard door het grensgebied.

Een vrachtwagenchauffeur claxonneert, een wielrenner kan mij net ontwijken, geniet ik van een vinkje dat ik niet zie maar wel kan horen.

Het begint te miezeren en de hemel kleurt grijs. Langs een boerderij waar een vrouw zich staande houdt op een keukentrapje, terwijl ze de ramen lapt. Ze zwaait met haar zeem of spons naar mij toe. Enkele kalveren zien mij aankomen en rennen een stukje met mij mee. Het begint nu te regenen en alles wordt zo helder en schoon. De vlammende kleuren van de beukenbomen schreeuwen het uit van blijdschap.

'Waar het gezellig is, daar moet je zijn bij zijn'

Dan het binnenweggetje op over een houten brug dat wel een likje verf kan gebruiken. Hier en daar staan nog enkele zomerbloemen te kleumen in de regen. Langs een beukenhaag die vol heggenmussen zit ze vliegen uit de haag en mopperen tegen elkaar om dat ze waarschijnlijk schrokken van mij. Dan langs een beekje dat schreeuwt om nog meer water.

Een echtpaar in regenkleding passeert mij en ik zie ze te laat. De man moest uit wijken voor mij en vloekte binnensmonds. ''Kuj niet zien dat wie de ook an komt of meen ie daj het kerkpad alleen voor die is?" De vrouw die een stukje achter haar man fietste, zegt: "Hij meent het niet zo. Hij is gewoon zo."

Dan de Postweg op. Eerst omhoog, dan omlaag en als ik bij het arboretum ben aangekomen, breekt het zonnetje door. Daar hoor ik de fluiter aankomen fietsen. Een bekende man in ons dorp die door de hele te fluiten iedereen van zich heeft vervreemd. Hij voelt zich happy tijdens zijn fluiten. Dat kun je zo horen.
Altied blij.
Altied tevree op zien Gazelle.
''Ik fluit veur de gezelligheid'', zei hij onlangs tegen mij. ''En waar het gezellig is, daar moet je zijn bij zijn. Toen wie vrögger op schoolreisje gingen, zongen wie altied in de bus 'wie goat nog niet noar huus, nog langer nie, nog langer nie'. Dat waren nog eens tieden. Toen wol ik graag bie de muziek, want met doen aan de optochten bie oos in het dorp dat leek mie wa wat. Maar ik kan geen moat hoalen, niet met drummen en ook niet met een ander muziekinstrument.Toen zei de dirigent van het fanfarekorps of ik niet bij de majorettes wol. Nou, dat maj zelf invullen!''

Het klooster staat te glimmen in de regen. Dan over de grens bij Aarnink waar de bonte specht fanatiek aan het ratelen is. Heel in de verte hoor ik het wegstervende gefluit van de fluiter

Eddy Oude Voshaar

Peter Koehorst
Meer berichten