Foto: Foto:

Column: Winkler Prins

Vanmorgen de Winkeler Prins naar de papiercontainer gebracht. 26 boeken zware kost en zo zwaar dat mijn auto het ook zwaar kreeg. In de jaren zeventig kwam een vertegenwoordiger bij ons aan de deur. ''Dag meneer. Kan ik u interesseren voor deze prachtige 26-delige encyclopedie?''

We waren pas getrouwd en onze beider ouders waren geabonneerd op de leesportefeuille. Een encyclopedie was een verrijking in een boekenkast. ''Voor slechts 69 gulden in de maand zijn jullie de eigenaar van een rijkelijk geïllustreerde encyclopedie.'' We waren er blij mee. Nu nog een boekenkast en dan kunnen we er mooi tegenaan kijken.

Impulsief en soms bladerde ik weleens door de zware boeken. Mijn vrouw stofte de boeken af en zette ze dan opnieuw mooi glimmend en ook nog op nummer terug in de boekenkast.

69 gulden.

48 maanden lang.

De vertegenwoordiger bleek ook bij de buren, overburen en de familie geweest en allemaal waren ze nu de trotse bezitter van een WInkeler Prins. De vertegenwoordiger hoor ik nog zo zeggen: ''Het is een investering voor je leven. Voor 69 gulden haal je de wereld in huis. En als je dan ook nog elk jaar een supplement koopt voor 120 gulden ben je helemaal bij. Waarbij kwam toen nog niet in mij op. In de jaren negentig kreeg je bij De Slegte een briefje van 100 gulden toe als je een encyclopedie kocht.

'Het is een investering voor je leven'

En vanmorgen heb ik dus de hele zware papieren zooi naar de papiercontainer gebracht. Daarnaast ook nog een medische encyclopedie van vijf delen. Ik was toen een hypochonder en als ik maar ergens een pijntje voelde, raadpleegde ik de medische boeken. Ziek werd ik ervan en mijn vrouw ziek van het gezeur wat mij wel niet allemaal mankeerde.

De beklemming op de borst begon in de week toen we de medische encyclopedie net naast de Winkeler Prins een plaats gaven. Het paste precies. En toen begonnen bij mij de lichamelijke klachten. Of geestelijke klachten. Elke keer raadpleegde ik die boeken en voelde ik mij almaar slechter.

Tot die zondagmorgen in oktober.

Mijn vrouw (die een ochtendhumeur heeft tot laat in de middag) zag mij voor de zoveelste keer voorovergebogen zitten in deel drie. Ik zag het niet aankomen, ik was te verdiept in het boek. Bladzijde 241. Dat weet ik nu nog. Mijn vrouw pakte deel 2 uit de kast en sloeg mij met het zware boek op mijn hoofd. Ik rolde van de rode stoel en was ondanks dat ik een grote bult op mijn hoofd had genezen van alles wat er in die geleerde boeken stond.

Eddy Oude Voshaar

Peter Koehorst
Meer berichten