Foto: Picasa

Wandeling bij Drielandsee

door Eddy Oude Voshaar

De Twentse chroniqueur Eddy Oude Voshaar maakt elke week voor dé weekkrant een wandeling bij ons in de regio. Deze week trekt hij naar de Drielandsee in Gronau.

Gronau - De auto parkeer ik aan de Ochteruperdiek aan de rand van het Gilderhauservenn. Het is een prachtige nazomerse avond en het is stil. Zo stil dat je de stilte kunt horen. Geen zuchtje wind. Dan hoor ik plotseling de klopboor van de bonte specht. Ze echoot over het grensgebied. Het geratel lijkt me sneller als een mitrailleur kan schieten.

De hemel kleurt zachtjes roze-rood. September. Ja het is september de zomer wandelt over in de herfst en hier en daar komen de kinderen van de herfst als paddenstoelen teveurschien. Door een bos waar de gloed van de hemel zo prachtig door heen licht. De geuren van de bosgrond die door de regenbuien zo heerlijk ruiken.

De zomer is veurbie en een eekhoorn springt boven mie van de hak op de tak, net zoals ik zelf altied van de hak op de tak deur mien leven bin goan. Dennenappels en eikels vallen als rijpe appels uut de bomen. Langs een maisveld en dan ligt doar tussen het loofbos en de mais een weiland waar even tellen wel zes reeën in grazen waarvan een zwarte. Ze kieken mie aan en zien dat ik niet hard kan lopen en ook geen wapen draag ze grazen rustig verder.

Langs een hek en ik ben aangekomen op de Brechter Weg die mij naor de Drilandsee brengt. Het golvende water van de See spiegelt in de ondergaande zon en de tientallen eendjes, meerkoeten en enkele knobbelzwanen dobberen als bootjes op de Friese meren op het onrustige water. Hier is het gezellig druk. De bankjes worden bezet deur verliefde paartjes en enkele ouderen.

Een vrouw met liefst drie poedels in haar fietsmandje komt mie tegemoet. Ze heeft aan zonnebril op haar voorhoofd en de lippenstift loopt verder door dan de bedoeling is. ''Drei Hunde haben Sie?'', vraag ik haar in mien beste Duits. ''Nee joh, wie hebt vier poedels. Suze heb ik thuus loaten want die is loops. En zo as ie ziet loopt de zondags ik weet niet hoe veul Deutsers met hun honden om de Drilandsee hen. En dach ie dat ik er op stoa te wochten dat die honden allemoal achter mien Suze aan goat lopen en dan al dat geroek van die honden? Doar wordt oos Suze alleen maar zenuwachtig van. Karel wol ja speciaal een wiefkespoedel/ Karel wet het altied beter en noe zit hij thuus met Suze op de bank televisie te kieken. Vroag mie niet noar wat van programma, doar weet ik niks van. Karel get over de televisie, ik niet. Mooi he dat dizze mand. Doar past ze allemoal precies in en hebt ze allemoal evenveul plek want ik heb een hekel aan veurtrekken. Suze moet nog een week denk ik thuus blieven en dan kan ze weer met noar de Drilandsee hen.''

Op de grote weidse See vaart een bootje met een visser en hij komp langzaam mien kan op an. Hij heeft vier angels die hij allemoal uut het stoan. Het lek wel of die kerel helemoal uut Urk komp. Zo professioneel ziet hij er uut. ''Haben sie viel Fishe gefangen?'', roep ik hem toe.
''Ik versta je niet'', schreeuwt hij terug vanaf het water.
''Of je veel vis hebt gevangen!''
''Wat? Ik versta je niet. Kun je niet iets dichterbij komen?''
''Nee'', roep ik. ''Ik heb geen zwembroek bij me.''

Dichterbij gekomen blijkt hij lid te zijn van een Gronause visvereniging. ''Ik woon in Gronau en elke zondag heb ik toestemming om hier te mogen vissen. Grote kneipels heb ik hier naar boven gehaald. Op een avond, toen de schemering al over het water viel, meende ik een snoek van over een meter aan de lijn te hebben. Ja, je moest eens weten wat hier in die donkere diept wel niet allemaal leeft.''

Verder wandelen rondom de inmiddels goud geworden Drilandsee. De gloed van de zonsondergang maakt dat iedereen vergeet dat het morgen maandag is. Het wordt killer en een windje steekt op. De bomen beginnen te waaien en ik doe mien kraag van het jack omhoog. Dan via een grote bocht terug op de Brechterweg en wandel ik terug noar de Ochteruperdiek. Dan het diepe bos in loop ik terug noar het Gilderhauservenn.

De hemel is rood. Scharlakenrood hemel wat bin ie noe betoverend mooi!

Dan komt er plotseling uut de mais een dier dat vlak langs mie hen schiet. Ttjee hier word ik klaarwakker van. Volgens mie was het een ree. Hoop ik.

Dan langs het houten hek de draai om en in de verte kan ik nog net de contouren van mien auto onderscheiden. Uut de verte komt het klagende geluud van een koe en bin ik terug bie mien auto.

De wandeling duurde 80 minuten.

De route: Ochteruperdiek, Brechterweg, DrIlandsee, Brechterweg en Ochteruperdiek.

Peter Koehorst
Meer berichten