Foto: Foto:

Column: Tante Anna

Tante Anna woonde in de 'Peperbus', een buurtschap aan de rand van het dorp. Het huus waar ze woonde werd beschermd door hoge oale bomen waar de wind altied zo heftig in te keer kon goan.

Ze was een zuster van mien opa en ze had een herfstige uutstraling. Ze kon klagen als geen ander maar bedoelde het allemaal reuze goed. De kolenkachel gloeide het uit in haar gezellige huusje daar aan de rand van de Zoeke.

Toen ze nog jong, mooi en onbevangen was heeft ze tijdens een dansavond bie café Heideman aan de Dinkel met een jongeman kennis gemaakt die zo goed de Engelse wals kon dansen, dat ze toen ze samen met hem buuten noar de Dinkel heen liepen, nog zweefde van een duizelingwekkend geluksgevoel. Ze raakten in elkaar verstrengeld doar aan de oevers van het koale water. Na enkele weken bleek tante Anna van die Engelse walser in verwachting te zijn.

Na enkele weken bleek tante Anna van die Engelse walser in verwachting te zijn

De jongen ging varen in Engeland en mien tante Anna bleef alleen achter met hun dochter. Ze kreeg na enkele jaren kennis met een boerenzoon die uut de buurt van het Lutterzand kwam. Wat ik mie nog zo kan herinneren was dat hij een blauwe kiel droeg, altied op klompen liep, niet hoog kon fluiten en altied buuten aan het werk was.

Het verlangen noar haar Engelse walser bleef altijd knagen aan haar.


Elke zondagmiddag fietste ik met Hans en Mattie naar tante Anna. Ze was een van de eersten die een zwart-wittelevisie had. Dan zaten we bij haar in de voorkamer op een harde gekleurde kokosmat te genieten van Lassie of Bonanza.

De man van mien tante sliep meestal in de kleine keuken en het snurken van hem overstemde regelmatig het blaffen van Lassie. Tante Anna mompelde altijd in zichzelf terwijl ze door het raam noar buuten keek. De bomen rondom haar huus in de Peperbus keken dan net als mien tante een beetje droefgeestig naar haar. Tante Anna draaide zich om en vroeg: ''Wilt jullie een glaasje ranja?'' En dan keek ze weer door het raam noar buuten hen en de ranja kwam nooit uit de fles die op het aanrecht stond.

Wij genoten van die zondagmiddagen daar aan de rand van de Zoeke waar de kolenkachel gloeide van gemiste kansen en van het snurken van de man van tante Anna, Anna die nog altied leek te wachten op een Engelse wals..

Eddy Oude Voshaar

Peter Koehorst
Meer berichten