Eddy steekt weer eens de grens over

door Eddy Oude Voshaar

Deze wandeling over het Bentheimse 'goud' begint bij de Freilichtbuhne tegenover Tanzcafe Canyon. De kastanje gaat bloeien en de seringen worden weelderig. Ik sta voor de metershoge bruinrode zandsteenrotsen. Het is mooi om te zien hoe het zandsteen (het Bentheimer goud) in lagen is opgebouwd.

Bad Bentheim - Ik hoef alleen maar de blauwe pijlen te volgen (Grafschafter Spurensuche).

Uit het struikgewas komt een ietwat oale gezette vrouw op leerzen achter een oale kruuwaang die misschien nog wel zwaarder was dan als ze zelf was. Het zweet parelde op haar gezicht. Dapper vond ik dat ze het puntje van haar tong noar buuten hen stak. En dat ze zo bezig was. Dat ze helemoal opging in het wegbrengen van de bladeren en brandnetels, die niet de tied hebben gekregen om onkruud te worden. Een echte oalerwetse Deutse vrouw.

Ik wilde haar zo graag aanspreken woarom ze zich zo inspande doar bie de zandsteengroeven in Bentheim, woar het zo mooi is, zo wonderschoon mooi. Of zul ze dat niet meer zien dat hier op de bergkam zo prachtig is? Of wilde ze met het bie mekaar harken van de bladeren het nog mooier maken dan het al is? Ik wilde het haar zo graag vroang, maar zag aan haar gezicht dat ze doar geen tied veur had en ook dat ze doar geen zin in had.

Ze drukte noe haar kruuwaang teeng de heuvel op. Doar kiepte ze de kruuwaang leeg en draaide zich om en op een drafje kwam ze van het heuveltje aflopen. Noe, ja noe kon ik haar wel vroang zag ik aan haar bezwete gezicht. Ze liep noe vlak langs mie hen met haar kruuwaang, en toen was ik nog meer onder de indruk van haar, zo bezig zo opgoan in wat ze aan het doen was woarom zul ik haar lastig vallen met een smoesje om met haar te kunnen proaten? Dit was toch geluk wat ik zag?

Die vrouw achter haar kruuwaang maakte Bentheim nog mooier. Veul mooier!

Dan sla ik rechtsaf de An der Freilichtbühne op en wandel langs een huis met een ontluikende moestuun met een klein glazen tuinhuisje. Een oale man zit op zien hurken het eerste onkruud te plukken uit een bed met ingezaaide bonen of sla. Hij gaat evenals de vrouw achter haar kruuwaang helemaal op in zijn werk . Dan over een brug die over de stroat noar Ochtrup heen loopt.

Het bordje met 'Grafschafer Spurensuche' zegt mij dat ik rechtsaf moet. Dan loop ik over keien en rotsen en gaat het even omhoog en dan stijl omhoog. Een bankje nodigt uut om even uut te rusten. Maar dat kan altied nog. Ik loop noe over de klippen van Bentheim. Nog hoger. Wie goat nog hoger. Het weggetje kronkelt over de zandsteenrotsen en overal zie je boskevers kruipen. Blauwzwarte kevers. Voor mij steken twee kevers het weggetje over ze gaan langzaam vooruit. Ze zijn aan het paren. Ik wandel over afgronden met in de diepte vennetjes waaruit het gekwaak van enkele kikkers is te horen. Zo groen zo mooi lichtgroen als het noe hier is. Zoveul schakeringen groen. De uitzichten op het stadje zijn magnifiek.

Dan...de roep van de koekoek. Kippenvel... zo ver zo wonderlijk... In de kruinen van het loofbos nestelen veel vogels. Vogelgezang. Ze zingen dat ze mie welkom heten lijkt het. Ik voel mie zo blij hier op de uitlopers van het Teutoburgerwald. Al kronkelend door het onmetelijke woud kom aan de bosrand waar enkele campings teeng de rotsen aan staan. Dan kom ik op een klein smal romantisch aandoend stroatje aan de overkant staat een enorm huis te koop het bordje geeft dit zowel in het Duits als het Nederlands aan. Het bos heb ik noe achter mie loaten en wandel ik langs bloeiende brem, vers omgeploegde akkers en hellende koolzaadvelden.

Bad Bentheim lijkt op zijn mooist als je er niet bent, maar het uut de verte ziet liggen allemaal legohuisjes boven elkaar met daarboven het machtige slot van Bentheim. Terug op de bergkam over hobbelige stroatjes langs het jodenkerkhof bin ik terug bij de zandsteenrotsen. De kruuwaang van de oale vrouw staat teeng te rusten teeng de zijmuur van het Tanzcafe.

De route: Je volgt de blauwe pijlen en de wandeling over de klippen en aan de voet van Bentheim.

De wandeling duurt ongeveer 125 minuten.

Peter Koehorst
Meer berichten