Foto: Foto:

Column Eddy Oude Voshaar: Rosse buurt

Enkele dagen in de week rij ik langs Stegeman die toentertijd halfweg Losser - Overinkel woonde. Hij was een strieker, een strieker die tot ver in Duitsland bekend was. Stegeman, die kon je helpen als de dokters met de handen in de haren zaten.

Toentertijd waren er veel striekers. Overal had je striekers; kwakzalvers. Maar Stegeman aan de Dinkel was een echte. Hij was een echte helderziende en melker. Zijn koeien, die een rustige en kalme invloed uitademen en zo gelukkig uutkiekten als ze aan het herkauwen waren, hadden op iedereen die op het del zaten te wachten op hun beurt een rustige invloed. Ook mankeerden die koeien nooit iets. Er kwam dan ook nooit een dierenarts bij hem op het del. Ja ,toch wel; als ze een kwaaltje hadden die door Stegeman dan weer glad werd gestreken.

Er werd speciaal veur hem een bushalte geplaatst door halfweg Overdinkel. Steeds meer mensen wisten de weg te vinden noar zien boerderijtje doar halfweg Overdinkel. In alle vroegte - soms al rond vijven als het dan nog donker was - zaten er al mensen op zien del te wachten.

Hij begon meestal als zien del half vol zat met leu die allerlei klachten hadden of moeilijkheden met zichzelf. Ook kwamen de leu van ver die dachten dat Stegeman een oplossing had veur dat ze trouwt waren met een vrouw woar ze zich hadden op verkeken. Ja an die keerl halfweg Overdinkel werd getrokken en getrokken terwijl hij alleen maar kon strieken.

''Alles wat de leu hebt, striek ik met mien handen weg en de klachten neem ik dan via mien handen over en dat blef bie mie dan in de kop zitten'', zei hij weleens. Pa zei: "Wat zal den keerl een kopzeert hebben en dan toch gewoon verdan goan met die leu helpen. Nee, dan loat mie maar elke dag noar Gelderman in Oldenzaal goan werken.''

Mien ma had jarenlang nekklachten en dan zat ze in de woonkamer onder een rooie warme lamp dat moest helpen. Ze bleef net zolang onder die rooie lamp zitten totdat ze roodverbrand was. Dan was eindelijk die pien in haar nek verdwenen en had ze alleen nog maal last van de verbranding. Op een avond toen mien ma weer onder haar rooie of oranje lamp in de kamer zat, viel het mien pa op dat er zoveul van die Spaanse en Italiaanse gastarbeiders langs oos huun hen liepen en die allemoal stiekem noar binnen hen keken as mien ma weer eens onder haar warme lamp zat. Ook had Klaas, ooze buurman, pa er op geattendeerd dat het al drukker werd bie oos aan de Lutterstroat.

Een van de Spaanse jongens vroeg eens aan Klaas of de Lutterstroat de rosse buurt van Losser was. Toen mien pa dat heurde, werd de lamp hals over kop noar de zolder hen doan en mien ma moest van mien pa hals over kop met haar nekklachten noar Stegeman, halfweg Overdinkel.

Eddy Oude Voshaar

Hij was een strieker

Peter Koehorst
Meer berichten