Ongeacht het jaargetijde, op het Springendal is het altijd mooi wandelen.
Ongeacht het jaargetijde, op het Springendal is het altijd mooi wandelen. (Foto: Eddy Oude Voshaar)

Wandelen met Eddy op het spraakzame Springendal

Eddy Oude Voshaar ging voor zijn wekelijkse Weekkrantwandeling naar het Springendal. Daar maakte hij kennis met gastvrijheid, nieuwsgierigheid en met een elfentafereeltje.

Nutter - Bij camping Bij de Bronnen aan de Wittebergweg 18 parkeer ik mijn auto. Ik loop de gezellige kantine binnen en de eigenaar heet mij van harte welkom. "Woar koms doe weg?", vraagt hij aan mij. "Oet Losser," antwoord ik.
"Komt oet Losser en wet van niks," zegt hij lachend tegen mij.

Nadat ik een kop koffie heb gedronken en de eigenaar mij een wandelroute heeft gegeven, ga ik op weg langs de camping en kom aan de rafels van het Springendal. Springendal staat bekend als het donkerste gebied van Nederland (met 's nachts weinig lichtvervuiling dus) en om de klaterende beekjes, grafheuvels, heidevelden en bronvijvers.

Ik besluit de rode route te volgen. Die is duidelijk aangegeven met pijlen. Na 10 minuten wandel ik zowaar langs een elfenparadijsje: tientallen kabouters, elfjes, feeën en enkele gedrochten kijken mij vriendelijk aan.
Het pad kronkelt als de Dinkel door het dal en dan loop ik pardoes tegen de bronnen aan. In de diepte draait de Springendalsbeek door het heuvelachtige dal; het panorama is hier schitterend. Het kristalheldere bruisende water jaagt met verschillende stroomversnellingen langs mij heen. Geen geluid verbreekt hier de stilte. Je hoort hier alleen maar het bruisen van het water.
In het veurjoar bloeit hier het goudveil, speenkruid en ander klein grut.

Dan loop ik weg van het haastige beekje en loop een stuk over de blauwe weg, langs grafheuvels en een man met twee teckels. "Koald is het vandaag! Waterkoald," zegt hij tegen mij.
De teckels snuffelen aan mij en trekken dan hun natte neuzen op. "Aan het wandelen?" vraag hij. "Ja," zeg ik.
"Ie bint ook niet van hier." "Nee," zeg ik. "Woar kom ie dan vedan?" "Uut Losser," antwoord ik. "Oh komp joet Losser en wet van niks!"
"Ja, dat heb ik vaker heurd."
"Nou, doot dien best, dan doot wie de rest."

Na een tweede grafheuvel zie ik een groene specht. Ratelen! Ratelen als een boormachine. Wat heeft hij het druk en wat een machtig geluid. Het kloppen echoot tot ver in Duitsland.
De rode pijl wijst naar rechts en ik wandel over een kronkelend weggetje dat door een heideveld met oale jeneverbessen gaat die als poortwachters her en der verspreid zijn.

Dan steek ik opnieuw de blauwe weg over en heb ik een prachtig uitzicht over Ootmarsum. Het zandweggetje is nu een karrenspoor geworden. Drie bepakte wandelaars komen mijn kant op en we maken een praatje. De dames doen een weekendje Springendal. Ze komen uit een dorpje onder de rook van Alkmaar. "Het is hier zo mooi en zo buitenlandsachtig," zegt een van de dames tegen mij.

Verder gaat de wandeling en nu kom ik warempel de man met zijn teckels weer tegen. "Nou, hoe bevalt de wandeling? Joa, doar kunt jullie in Losser nig tèg'n an hè? Zo mooi as het hier bie oons in Oatmössche is, dat vinds doe nergens. Noe ik hoal die nig langer op. Noh, doo dien best, dan doot wie de rest."

Het weggetje loopt nu omlaag en brengt me op een parkeerplaats. Iets verderop ligt de Wittebergweg. Via deze weg loop ik naar camping Bij de Bronnen. In de diepte zie ik het stadje Ootmarsum liggen en realiseer ik mij dat ik nu loop op het dak van Twente.

Als ik het parkeerterrein van de camping op wandel, komt de eigenaar van de camping naar mij toelopen. "Noh, hoo vondst doe 'n wandeling? Kan ik die nog nen kumke koffie aanbeden?"

De route

De route startte bij camping Bij de Bronnen aan de Wittebergweg 18 in Nutter. Vanaf hier zijn verschillende routes te wandelen. Eddy koos voor de rode route. De route duurde ongeveer 65 minuten.

Meer berichten